Blog

Glutensensitiviteit

Celiac-vs.-gluten-sensitivity

Glutensensitiviteit

Bij de diagnose PDS wordt vooral gedacht dat stress en te weinig vezels eten de klachten veroorzaken. Uit onderzoeken komt steeds vaker naar voren dat mensen met PDS het heel goed doen op voeding dat glutenvrij is. Recent verscheen hierover een artikel van het VUMC in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Dr. Gerd Bouma e.a.). In het bloed worden geen antistoffen aangetroffen die verwant zijn aan coeliakie, maar mensen knappen wel op van een glutenvrij dieet.  Een schatting levert op dat hooguit 2% a 3% van de Nederlandse bevolking glutensensitief zouden zijn.

Onderzoek

Eén van de meest recente, van de hand van MDL-artsen uit Sheffield, zet de uitkomsten van diverse onderzoeken op een rijtje in Neurogastroenterology & Motility. Ook doen ze een aantal aanbevelingen voor toekomstig onderzoek. De voornaamste punten van Mooney, Aziz en Sanders zijn:
Glutensensitiviteit (Non-Celiac Gluten Sensitivity, NCGS) is van steeds groter wetenschappelijk belang bij patiënten met onverklaarde maag-darmproblemen.
• De diagnose glutensensitiviteit (NCGS) mag alleen worden gesteld wanneer zowel coeliakie als tarweallergie zijn uitgesloten.
Glutensensitiviteit (NCGS) is in feite een heterogene groep ziektes die gemeen hebben dat de patiënt zich beter voelt bij een glutenvrij dieet.
• Hoe glutensensitiviteit (NCGS) ontstaat is niet helemaal duidelijk en kan van patiënt tot patiënt verschillen. Er kan een verband bestaan met een aangeboren afweerreactie op gluten. Het percentage mensen met HLA DQ2 of DQ8 is beduidend hoger in deze groep dan bij de algemene bevolking, maar lang niet zo hoog als bij coeliakiepatiënten.

Glutenvrij

Coeliakie en tarweallergie zijn duidelijk omschreven ziektes. In beide gevallen speelt het immuunsysteem een rol, zij het op een andere manier. Daarnaast bestaat er een groeiende groep mensen bij wie geen van beide ziektes geconstateerd is (en bij wie dus ook niet de voor coeliakie karakteristieke darmschade optreedt), maar die toch baat lijkt te hebben bij een glutenvrij dieet. Hun kwaal wordt ‘glutensensitiviteit’ genoemd, bij gebrek aan een beter woord. Hoe groot die groep is, valt niet te zeggen. Het aantal mensen dat (al dan niet op doktersvoorschrift) een glutenvrij dieet volgt, is hoe dan ook al vele malen hoger dan het aantal coeliakiepatiënten. De niet-gespecialiseerde pers heeft het al gehad over ‘17 miljoen Amerikanen’ (van de pakweg 300 miljoen, dus 5,6%) die ‘glutensensitief’ zouden zijn. Echter, glutenvrij is ook ‘big business’: volgens berekeningen van het persbureau Reuters zou de omzet op de glutenvrije markt stijgen van 1,31 miljard US dollar (2011) naar 1,68 miljard in 2015.

FODMAP

Glutensensitiviteit omvat een breed spectrum aan darmproblemen waarvan een groot deel overeenkomt met de symptomen behorend bij het prikkelbare-darmsyndroom (PDS): buikpijn, gasvorming, diarree, maar ook andere symptomen als hoofdpijn, warrigheid, depressie, vermoeidheid, spierpijn of eczeem. Deze literatuurstudie van Mooney, Aziz en Sanders beperkt zich tot maag-darmproblemen. Tot voor kort waren er alleen wat kleine studies naar glutensensitiviteit, maar er zijn nu recente dubbelblind uitgevoerde onderzoeken waarin het effect van glutenvrij dieet vergeleken wordt met dat van een placebo (in dit geval: een ‘nep-glutenvrij dieet’). Daaruit blijkt dat mensen met glutensensitiviteit er wel degelijk op vooruit gaan door een glutenvrij dieet, al is niet duidelijk hoe dat dan werkt. Evenmin werd duidelijk of dit effect te danken was aan de afwezigheid van gluten als zodanig of aan die van zogenoemde FODMAPs (fermenteerbare oligosacchariden, disacchariden, monosacchariden en polyolen). Ook zou een andere component van tarwe de boosdoener kunnen zijn. Een verdere mogelijkheid is dat een aantal van de patiënten uit een van deze studies toch coeliakie had, zij het zonder de karakteristieke dunne-darmschade (misschien juist als gevolg van het glutenvrije dieet).

Mogelijk, opperen de auteurs, zou bij toekomstige studies een duidelijker onderverdeling van patiënten moeten worden gemaakt, naar HLA-type, aanwezigheid van gliadine-afweerstoffen of symptomen.
Over één ding bestaat inmiddels geen twijfel meer. In het verleden zijn mensen met glutensensitiviteit wel doorverwezen naar de psychiater. Nu is gebleken dat er op dat vlak geen pathologie in het spel is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *